Ik ben oud genoeg om te weten hoe een correctieblaadje ruikt. Zo’n wit papiertje dat je tussen de letter en het papier schoof als je een foutje had gemaakt op de typemachine: Tipp-ex. Tikken, verschuiven, want je typte niet precies op de letter, opnieuw proberen. Bij de V&D kocht ik ooit een elektrische typemachine. Wat een uitvinding. Met een simpele druk op de knop verdween een hele zin waar per ongeluk een typefout inzat. Pure magie.

Artikelcontent

Daarna, ergens begin jaren ’90, zat ik op de VU in het computerhok. Je mocht 45 minuten per keer, met WordPerfect 4.2 op een grote floppy. Er kon minder op dan op een gemiddelde WhatsApp-sticker tegenwoordig. Toen kwam het internet; daarna de mobiele telefoon. En, later de digitale camera. (Overigens: wie die termen gebruikt verraadt zich als digital immigrant. De nieuwe generatie kent alleen ‘de telefoon’. Die maakt foto’s en het hele sociale leven zit erin. En bellen? Dat doen ze helemaal niet meer.)

En nu… AI.

De opmars van de AI-experts

Bij zo’n nieuwe ontwikkeling struikel je ook iedere keer over goeroes. Op congressen. In podcasts. Op LinkedIn. Zelden heb ik zoveel zelfverzekerdheid gehoord over iets dat zo weinig wordt begrepen. Veel van die presentaties zijn eigenlijk niet veel meer dan een opsomming van welke AI-tools er bestaan en het bekende verhaal hoe een en ander ontstaan is. Alsof je in 2003 een keynote zou geven over wat je met Microsoft Office kunt.

Ik geloof dat al die praatjes niet echt helpen om jezelf vertrouwd te maken met die AI-toepassingen. Het voelt als een cursus zwemmen op het droge.

Hoe dan wel?

De kunst is niet om over AI te praten, maar om ermee te spelen. Niet leren van slides, maar van fouten. Niet bang zijn, maar nieuwsgierig. Je hoeft geen promptexpert te zijn om ermee aan de slag te gaan. Je moet gewoon een beetje durven knoeien. Ik ben zeker geen expert, maar een hartstochtelijke prutser.

Een goede prompt schrijven? Gewoon beginnen. Denk in vijf onderdelen (dit is wat alle goeroes standaard in hun presentatie hebben):

  • Context: waar gaat het over?
  • Rol: wie ben je of wie moet AI zijn? (“Je bent een copywriter voor een duurzaam kledingmerk…”)
  • Stijl: zakelijk, informeel, of TikTok-toon?
  • Taak: wat moet AI doen? (“Schrijf een Instagram-post van 50 woorden…”)
  • Format: wil je een lijstje? Een dialoog? Een blog?

En dan: … krijg je natuurlijk nietwat je wilt. Dus moet je sturen, aanpassen, zelf (!) herschrijven. Uitzoeken hoe het werkt. Net als bij die typemachine. Alleen dan zonder Tipp-Ex.

Spelend leren

Hier een paar ideetjes om je eigen lenigheid te trainen:

  • Laat ChatGPT je weekmenu plannen op basis van wat er in je koelkast ligt; of doe eens een therapiesessie met Chat.
  • Vraag Claude.aiom een kort verhaal te schrijven in de stijl van jouw favoriete schrijver. Harry Mulish is zooo 20ste eeuw.
  • Gebruik Perplexity.aiom een samenvatting van een rapport te krijgen alsof je 12 bent.
  • Probeer HeyGen of D-ID en laat een AI-avatar je PowerPoint presenteren.
  • Ga naar www.theresanaiforthat.comen zoek op “marketingplan” of “eventplanning” — je zult versteld staan.
  • Of vraag Chat om trainings ideeen voor jouw AI-lenigheid.

Kortom: speel! En als je toch een cursus wilt, vraag dan aan een AI-applicatie om die voor jou te maken. Doen die goeroes ook 🙂 Bedenk wel dat als een tool gratis is, jijzelf het product bent. Alles dat je erin stopt, wordt ergens opgeslagen en bewaard. Ik neem meestal een abonnement, omdat ik de illusie heb dan beter beschermd te zijn. Ook dan deel ik nooit vertrouwelijke informatie.

Train geen AI, train jezelf.

Iedereen heeft het over het trainen van AI. Maar het trainen van jezelf is minstens zo belangrijk. In lenigheid. In nieuwsgierigheid. In durven knoeien. Je hoeft AI niet meteen te vertrouwen of te snappen. Ik begrijp er ook niets van en vertrouwen doe ik geen enkel bedrijf, maar het helpt me enorm. Zie al die programma’s als een assistent die nooit slaapt, geen koffie nodig heeft, en prima tegen gemopper kan. En speel. Dat is hoe je al die toepassingen onder de knie krijgt. Zoals met die eerste computer, het eerste mobieltje, de eerste digitale camera. Spelen, proberen, lachen, mopperen, opnieuw proberen.

En dan ineens… werkt het.

Have fun. Met mij sparren, neem contact op.