Wij willen vaker in de media. Die vraag krijg ik vaak voor mijn bedrijf De Mediatrainers (het zusje van Merkster). Het zijn vaak ondernemers of directeuren van organisaties die trots zijn op hun bedrijf en het ‘nu wel eens tijd vinden’. Ze noemen hun bedrijf dan ook nog het best bewaarde geheim van [vestigingsplaats invullen]. Ik begrijp dat verlangen. In alle eerlijkheid zou ik ook niet vreemd opkijken als Beau me aan tafel zou uitnodigen. Zo onbescheiden ben ik dan ook wel weer.

Voor een bureau als het mijne is het uitnodigen van een journalist geen moeite. Je stuurt een app naar een journalist die zich met het onderwerp bezighoudt en je weet hoe de vlag ervoor staat. Het probleem zit erin dat media vaak niet zitten te wachten op het verhaal dat de ondernemer wil vertellen. Sterker nog: wij, de lezers, ook niet.
Organisatie X heeft een revolutionaire manier om kalibratie uit te voeren in lastechniek. Het zal wel.

Het is overigens zeker niet zo dat alleen slecht nieuws nieuws is. Journalisten schrijven graag goed nieuws op, maar het moet wel interessant zijn voor de lezer. Dat is uiteindelijk het belangrijkste criterium: wordt dit gelezen?

Vaker in de media komen

Die botsing van belangen is interessant. Ondernemers willen zichtbaar zijn, maar vergeten dat media niet bestaan om bedrijven een podium te geven, maar om hun publiek te bedienen. Het recept dat wél werkt, is eigenlijk vrij eenvoudig. Welke discussies spelen er in de sector? Waar raakt het veel mensen, veel geld, grote belangen?
Wanneer je kunt claimen dat je in die discussies een autoriteit bent, maak je kans. Maar dan moet je ook bereid zijn om te spreken over dilemma’s en uitdagingen. Media is niet voor bange mensen.

Toch is dat medialandschap aan het verschuiven. De logica van traditionele media past steeds minder bij hoe doelgroepen informatie consumeren. Jutta Leerdam die niet meer met media wilde spreken is een extreem voorbeeld, maar het laat wel een mechanisme zien dat steeds vaker terugkomt: wie een eigen publiek heeft, hoeft niet per se meer door een redactie heen.

Traditionele media hebben bovendien een ander nadeel. Kranten, radio en tv richten zich op een breed publiek. Je spreekt dus maar een deel van je doelgroep aan. Om het voor iedereen begrijpelijk te houden, moet je je boodschap vaak vereenvoudigen. Niet te technisch, niet te diep. De vraag is: hoe effectief is dat nog, als je doelgroep zich elders verdiept?

Jutta Leerdam

Jutta Leerdam bereikt haar enorme publiek via haar eigen kanalen. Ze wilde niet met de media spreken omdat ze in haar eigen olympische bubbel wilde blijven. Dat zorgde voor ophef binnen traditionele media, die niet gewend zijn buitenspel gezet te worden. Jaap Stalenburg vatte het in een post op LinkedIn scherp samen:
‘Dit is geen botsing tussen ego en journalistiek. Dit is een botsing tussen twee datalogica’s. De sporter die zijn eigen platform optimaliseert. En de redactie die hetzelfde doet.’
Ik denk dat hij gelijk heeft.

Oudere schaatssters zeiden bij de NOS dat media erbij horen omdat je elkaar altijd nodig hebt. Voor Leerdam geldt dat simpelweg niet. Ze heeft wereldwijd een groter bereik dan de traditionele NOS, die nog steeds grotendeels volgens dezelfde logica uitzendt als vroeger. Leerdam bereikt een publiek — haar publiek — dat misschien geen kranten leest en zeker geen lineaire tv kijkt.

Wil je eens sparren met De Mediatrainers (zusje Merkster) over jouw media-aanpak; neem gerust contact op met me.